Specialismen buiten het ziekenhuis: straatarts

Al vroeg in zijn opleiding tot huisarts merkte Peter Brinkman dat hij de gecompliceerde daklozenproblematiek interessant vond. Alleen maar werken in een nieuwbouwwijk was voor hem te saai. “Ik miste de rafelrandjes van de maatschappij.”

Wat is een straatdokter?
“De titel straatdokter is geen officieel profiel of een specialisatie. De meeste straatdokters zijn huisartsen die vrijwillig zorg verlenen aan dak- en thuislozen en ongedocumenteerden (asielzoekers die geen verblijfsvergunning hebben gekregen). Als coassistent krijg je al gauw het idee dat alles goed geregeld is in Nederland: iedereen is goed verzekerd, je kunt altijd laagdrempelig bij de huisarts terecht en mensen zonder inkomen kunnen bijstand aanvragen en terecht in een sociale huurwoning. Helaas is er in Nederland ook een groeiende groep mensen die, doordat zij geen woonadres, postbus of zorgverzekering hebben, tussen wal en schip valt: geen zorgverzekering betekent namelijk dat reguliere huisartsenpraktijken je vaak niet aannemen als patiënt. Daarbovenop is het voor reguliere huisartsenpraktijken ook moeilijk om goede zorg te leveren aan daklozen, omdat zij door hun – veelal psychiatrische – aandoeningen het vaak lastig vinden om afspraken na te komen of om rustig plaats te nemen in een wachtkamer. Dit verhoogt voor daklozen ook weer de drempel om een gewone huisarts te bezoeken. Ik vind het belangrijk dat er ook voor deze groep mensen een dokter beschikbaar is. Daarom ben ik na het afronden van mijn opleiding, naast mijn werk als waarnemend huisarts, gaan werken bij praktijk Buitenzorg. Dit is een groep met zes huisartsen (vrijwillig) en één sociaal psychiatrisch verpleegkundige (via de GGD) die zorg leveren aan daklozen. In Nijmegen zijn nog twee huisartspraktijken die zorg leveren aan deze doelgroep.”

Hoe bereiken jullie deze doelgroep?
“Doordeweeks hebben wij op vaste momenten een inloopspreekuur. Op maandagochtend zitten wij bijvoorbeeld in de Lutherse kerk en op woensdag gaan wij naar de NuNN (Nachtopvang uit Noodzaak Nijmegen), een pand waar het RIBW begeleiding biedt aan daklozen. Door onderling contact en onze vaste tijdstippen weten de meeste mensen ons wel te vinden. Een belangrijke speler hierbij is de sociaal psychiatrisch verpleegkundige, Wendy Broeren, waar wij mee samenwerken. Zij gaat op de fi ets langs verschillende slaapplekken van daklozen – in de zomer slapen een hoop mensen in tentjes in de Ooijpolder – om te kijken hoe het gaat en hen te motiveren om op ons spreekuur te komen.”

Hoe verloopt dat spreekuur, gaat dat hetzelfde als in een huisartsenpraktijk?
“Nee, het is heel anders. Veel chaotischer! Soms word ik er zelf ook onrustig van. In een normale huisartsenpraktijk zijn alle afspraken van tevoren gepland, heb je een vast tijdsslot voor een patiënt en heb je een volledig dossier voor je. Dat hebben wij meestal niet. Wij moeten het doen met onze laptop en wat er in onze dokterstas zit (glucosestrips, urinesticks, bloeddrukmeter, thermometer etc). In principe lijkt het consult vervolgens op een normaal huisartsenconsult. Het afnemen van een anamnese is daarin soms wel een uitdaging, doordat niet iedereen een gestructureerd verhaal kan vertellen óf de Nederlandse en Engelse taal niet machtig is. Ook komt het vaak voor dat mensen wat gejaagd zijn, want ze moeten nog van alles doen. Dat verbaasde mij aanvankelijk, want als dakloze zonder werk zou je toch alle tijd van de wereld hebben? Maar deze mensen kunnen niet rustig op de bank zitten, ze zijn constant bezig met overleven. Daardoor staan ze in een soort permanente stresstoestand. Als je vervolgens na je lichamelijk onderzoek aanvullende diagnostiek wilt aanvragen of medicatie wilt voorschrijven loop je alweer tegen een aantal zaken aan. Want deze mensen zijn meestal niet verzekerd, en als ze al verzekerd zijn, hebben ze meestal geen geld om hun eigen risico te betalen. Daardoor worden mensen nog al eens weggestuurd bij de röntgenafdelingen of bij de prikpost. Medicatie kunnen deze mensen vaak ook niet betalen. Als wij het dan verstandig vinden dat iemand een kuurtje doxycycline krijgt, betalen wij dit vaak nog wel uit onze eigen pot, maar dit kunnen wij niet doen als iemand een jaar lang antihypertensiva zal moeten gaan slikken. Eenmaal aangekomen bij de eindfase van het consult, komt er vaak alweer iemand binnengestormd die op de gang stond te wachten. En als je iemand te lang laat wachten, kan het zijn dat hij weggaat, wat zonde is, want deze doelgroep gaat al niet gauw naar de dokter. Dat werkt dus rommelig. Inhoudelijk verschilt onze problematiek ook van wat je in een reguliere huisartsenpraktijk ziet. Daarbij krijgen we ook regelmatig verzoeken waarbij je goed moet inschatten of het een legitiem verzoek is. Bij vragen voor benzodiazepines, morfi ne of ritalin moet je je altijd afvragen of deze mensen dit echt nodig hebben of dat het risico bestaat op misbruik of doorverkopen. Daarnaast zien wij veel wonden en mishandelingen. De daklozenwereld is namelijk een harde en gewelddadige wereld. Het zijn vaak korte consulten. Korter dan dat wij zouden willen. Wij zien ook dat meer dan de helft van onze patiënten niet komt opdagen op een vervolgafspraak. Dat is toch heel jammer. Door corona zijn ook veel face-to-face contacten met hulpverleners in de eerste golf komen te vervallen of via (beeld) bellen gegaan, iets wat voor onze doelgroep niet goed werkt. Tegelijkertijd zijn er meer plekken voor individuele of kleinschaligere opvang gekomen, wat voor deze doelgroep natuurlijk wél prettig is.”

Kom jij schrijnende gevallen tegen?
“Eigenlijk bij iedereen. Elke man, het zijn vooral mannen die wij zien, een enkele keer een vrouw, heeft wel iets ellendigs meegemaakt. Ofwel zijn ze als kind misbruikt, hebben ze in een instelling gezeten of hebben ze PTSS opgelopen in het verleden of door ervaringen uit het straatleven. Het zijn allemaal mensen die op de een of andere manier buiten het systeem zijn gevallen. Als gevolg daarvan zien daklozen zichzelf soms als slachtoffer van het systeem. Dat kan gesprekken over de toekomst moeilijk maken. Regelmatig zijn ze boos op gemeentes, instanties, ex-werkgevers, ex-partners die hen een hak hebben gezet. Wat je ook wel eens ziet is dat mensen vanwege illegale activiteiten (bv. stelen) de gevangenis in moeten en dat, doordat de terugvalpreventie vanuit de gevangenis totaal niet aansluit bij de wereld waarin zij leven, zij snel weer de fout in gaan.”

Heb jij bijzondere situaties meegemaakt die je zijn bijgebleven?
“Ja, een aantal. Afgelopen week vertelde een jongen uit Somalië mij dat hij mishandeld was. Hij werd in eerste instantie door een collega gezien met allemaal wonden op het hoofd en op de handen. Hij is toen naar de SEH verwezen om de wonden na te laten kijken, maar hij vond het zelf belangrijker om eerst zijn telefoon ergens op te halen. Toen hij zich uiteindelijk ‘s avonds op de SEH meldde was hij vervelend dronken. Hij is toen uit het ziekenhuis gezet. Een week later bezocht hij mijn spreekuur en liep hij nog steeds rond met een gebroken pols, misschien een gebroken kaak en wonden die secundair aan het sluiten waren – en godzijdank niet geïnfecteerd waren. Deze jongen heeft door zijn eigen gedragsproblematiek dus slechte zorg gekregen nadat hem iets vreselijks is overkomen. Ik vind het dan zo verdrietig dat er in die week niemand naar hem omgekeken heeft, dat niemand hem mee naar een dokter heeft genomen. Iets anders wat mij vaak bij blijft zijn mensen die bij ons komen en zeggen dat ze willen stoppen met heroïne, omdat ze hun leven weer willen oppakken en niet willen stelen om rond te kunnen komen. Wij verwijzen deze mensen door naar de verslavingszorg, maar meestal is er een heel lange wachtlijst of kan een behandeling niet direct starten omdat de verzekering nog niet in orde is. Dat vind ik toch wel heel erg zonde. Ik vind dat wanneer iemand zo diep zit – net als iemand met een hartinfarct – wij die persoon zo snel mogelijk moeten helpen. En er overlijden wel eens mensen uit onze doelgroep. Alleen. In een vies tentje. In de vrieskou. Het is een doelgroep die over het algemeen niet oud wordt, gemiddeld zo’n 15 jaar minder oud dan de gemiddelde Nederlander en ook nog eens in slechtere gezondheid.”

Wat zou jij geneeskundestudenten willen meegeven?
“Houd als dokter je ogen open voor deze hele kwetsbare, en soms vreemde groep. Beschouw ze niet als lastige fi guren die je snel weg moet sturen. Ze zijn misschien niet altijd even fris, het gedrag dat ze vertonen is misschien lastig, maar er zit altijd wat achter. Wanneer deze mensen bij een dokter aankloppen is het meestal een teken dat ze echt in nood zijn. Als je de tijd voor ze neemt en aandacht geeft wordt dat meestal heel erg gewaardeerd.”

Peter Brinkman

Meer lezen? Kijk op http://www.straatdokter.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: